Wie bespaart op mensen, snijdt in zijn eigen markt

Bijna elke ondernemer die ik de laatste maanden spreek, rekent dezelfde som. Wat kost een taak nu, en wat kost hij straks als AI hem overneemt? Het is een logische vraag, en het antwoord wijst bijna altijd dezelfde kant op: automatiseren bespaart geld. Deze week las ik een economisch onderzoek dat daar een ongemakkelijke tegenvraag bij legt. Wat gebeurt er als iedereen tegelijk die som maakt?
Het paper heet The AI Layoff Trap, van de onderzoekers Brett Hemenway Falk en Gerry Tsoukalas. Hun stelling is even simpel als vervelend: de AI-ontslaggolf die bedrijven nu geld bespaart, kan diezelfde bedrijven uiteindelijk zelf raken.
De redenering begint bij een detail dat we makkelijk vergeten. Een ontslagen werknemer is niet alleen een kostenpost die verdwijnt. Hij is ook een klant. Iemand met een salaris koopt abonnementen, gaat op reis, doet aankopen. Valt dat salaris weg, dan daalt na verloop van tijd ook zijn koopkracht. Bij één ontslag merkt niemand dat. Bij honderdduizenden tegelijk krimpt de markt waar al die bedrijven van leven.
Rationeel voor één, schadelijk voor allen
Voor een individueel bedrijf is de rekensom helder. Je loonkosten dalen, je winst stijgt, en als jij het niet doet, doet je concurrent het wel. De schade, minder bestedingen in de hele economie, komt niet op jouw bordje maar wordt over iedereen uitgesmeerd. Dus pluk je de volledige besparing en draag je maar een fractie van de gevolgen. Doet elk bedrijf dat, dan zakt de totale vraag in. De onderzoekers noemen het een klassiek gevangenendilemma: keuzes die apart verstandig zijn, leiden samen tot een slechter resultaat voor iedereen.
Ook de winnaars verliezen
Het aardige, of juist verontrustende, aan het paper is dat dit niet het bekende verhaal is van werknemers die inleveren en aandeelhouders die cashen. Ook de bedrijven en investeerders kunnen slechter af zijn. Daalt de koopkracht, dan dalen op termijn de omzetten, krimpen de winsten en verdwijnt er economische waarde die niemand terugverdient. De auteurs noemen dat een deadweight loss, een verlies zonder winnaar. En, tegen je intuïtie in, hoe meer concurrentie in een sector, hoe erger het wordt. Want hoe meer spelers, hoe kleiner het stukje vraaguitval dat elk bedrijf zelf voelt, en hoe sterker de prikkel om door te automatiseren. Software, klantenservice en administratie lopen daarmee het grootste risico.
Betere AI maakt het niet beter
Je zou hopen dat krachtiger AI de boel oplost door de economie productiever te maken. Het model laat het omgekeerde zien. Betere AI verhoogt juist de druk: iedereen wil sneller automatiseren, iedereen investeert tegelijk, en niemand houdt er een blijvend voordeel aan over. Wat overblijft is vooral meer automatisering en meer baanverlies. De auteurs vergelijken het met het Red Queen-effect: steeds harder rennen om op dezelfde plek te blijven staan.
De eerlijke kanttekening
Het model hangt op één aanname, en die is belangrijk. Vinden ontslagen mensen snel weer werk met een vergelijkbaar inkomen, dan keert de koopkracht terug en verdampt het probleem grotendeels. Elke eerdere technologische revolutie heeft uiteindelijk nieuwe banen opgeleverd. De echte vraag is of AI daarin anders is, doordat de overgang langer duurt of doordat er minder nieuwe banen bijkomen dan er verdwijnen. Dat weet niemand op dit moment zeker. De oplossing die de auteurs zelf voorstellen – een belasting op automatisering, naar het voorbeeld van milieuheffingen – erkennen zij zelf als lastig uitvoerbaar in de praktijk.
Wat ik hieruit meeneem
Ik ben geen econoom en ik ga hier geen beleid voorschrijven. Maar er zit een les in die veel dichter bij huis ligt dan een macromodel. Veel bedrijven zie ik AI vooral inzetten om kosten te besparen: minder uren, minder mensen, dezelfde output. Begrijpelijk, en soms verstandig. Toch is het de armste manier om naar deze technologie te kijken. Gelukkig zie ik in de praktijk ook een ander beeld. Veel van mijn klanten gebruiken AI juist om kwaliteit toe te voegen, medewerkers te ondersteunen en slimmer te werken, zonder dat het uitgangspunt is om direct in loonkosten te snijden. Ze willen repetitief werk verminderen, zodat er meer tijd overblijft voor creativiteit, persoonlijk contact en werk dat echt waarde toevoegt. Juist daar ligt volgens mij de grootste kracht van AI: niet alleen efficiënter werken, maar ook beter werk leveren. Wie AI alleen gebruikt om te snijden, wint even op de kostenkant en levert in op alles wat groei brengt: nieuwe diensten, betere kwaliteit, meer waarde voor klanten. De bedrijven die er straks bovenuit steken, zijn niet degene die het hardst bezuinigden. Het zijn degene die met dezelfde mensen méér zijn gaan doen. De vraag is dus niet hoeveel werk je met AI kunt wegnemen. De vraag is hoeveel meer je ermee kunt maken.

