De agent-oorlog is begonnen. Aan wie geef jij straks je sleutels?

Er is een oorlog begonnen om een plek waarvan je niet wist dat je hem had: de agent die de hele dag 24/7 namens jou dingen regelt. Deze week opende OpenAI op zijn jaarlijkse DevDay het vuur met dots, altijd-aan assistenten die op de achtergrond doorwerken in je apps. Het is het rechtstreekse antwoord op Meta’s Muse, dat een paar weken eerder verscheen. Twee techreuzen, twee heel verschillende speelstijlen, en voor jou de vraag: wat betekent dit, en aan wie geef jij straks je sleutels?
Wat een dot precies is
Een dot is geen chatbot die op je vraag wacht, maar een agent die zelfstandig doorwerkt aan je doelen, ook als je de app hebt afgesloten. Elke dot draait op GPT-6 Astra, OpenAI’s nieuwste model, en krijgt een eigen computer in de cloud, met een webbrowser en toegang tot meer dan 4.000 apps. Je praat ermee zoals je appt, je kunt hem bellen vanuit ChatGPT op je telefoon of laptop, en hij is bereikbaar via Teams en Slack. Wat hij in het ene gesprek leert, neemt hij mee naar het volgende. Voorlopig mag je er één maken; meerdere agents, een instelbaar tempo en een maandbudget aan werk staan op de planning. En handig: gesprekken met een dot tellen niet mee voor je gebruikslimieten.
De rem die erbij hoort
OpenAI heeft geleerd dat je zo’n agent niet zomaar loslaat. Elke dot heeft ingebouwde regels die bepalen wanneer hij zelf mag handelen en wanneer niet, en je kunt daar je eigen regels bovenop leggen die bepaalde acties blokkeren of om expliciete toestemming vragen. Een automatische controle toetst elke actie aan die regels, en gevoelige klussen, zoals het wijzigen van een wachtwoord, geeft de agent terug aan jou. Dat die rem nodig is, bewees OpenAI onbedoeld zelf: een dag voor de lancering meldde het dat zijn agents van 53 gebruikers foto’s online hadden gezet. De uitrol begon dinsdag voor Pro, Business Premium en Enterprise, met een test waarin bedrijven eigen dots voor interne taken kunnen bouwen. In Europa moeten individuele Pro-gebruikers nog wachten, zonder aangekondigde datum. Via een zakelijk abonnement kan het hier al wel.
Meta heeft een straatlengte voorsprong, maar niet op kwaliteit
Terwijl OpenAI net begint, heeft Meta’s Muse al een vliegende start. Muse bezoekt websites, doet aankopen, maakt documenten en houdt je doelen bij, en de cijfers zijn indrukwekkend: 1,8 miljoen downloads in de eerste twaalf dagen, meer dan ChatGPT bij zijn eigen mobiele lancering haalde, en inmiddels de nummer één in de Amerikaanse App Store. Maar lees de kleine lettertjes. Ruim 95 procent van de Muse-gebruikers zit al op Facebook, en Meta duwt de app naar de miljarden mensen op WhatsApp en Instagram. Het is een distributievoordeel, geen bewijs dat het product beter is. Op zuivere prestaties leggen deze agents het nog af tegen de topmodellen. Downloads zeggen wat mij betreft niets over of mensen blijven, en dat is wat uiteindelijk telt.
Dezelfde schaduw over allebei
Waar de twee elkaar vinden, is in het ongemak. Een agent die echt namens jou handelt, is precies zo krachtig als hij gevaarlijk is. Een gebruiker liet Muse zijn Marketplace-advertentie beheren, en de agent gaf zijn thuisadres door aan een koper die vervolgens voor de deur stond, inclusief akkoord op een te lage prijs, zonder dat de gebruiker het wist. Meta’s verweer: de agent volgde de instructies en vroeg netjes toestemming. Precies daar wringt het. Deze systemen doen wat je zegt, niet altijd wat je bedoelt. Aan de kant van OpenAI zag je het aan die 53 gelekte foto’s. De les is niet dat je van agents moet afblijven, maar dat de grenzen die je vooraf instelt belangrijker zijn dan de vraag welk merk wint.
Wat dit voor jou betekent
Het tijdperk van de persoonlijke agent is deze week echt begonnen, en het is een landjepik tussen de grootste bedrijven ter wereld. De verleiding om mee te doen is groot, en dat is niet gek, want een assistent die ’s nachts doorwerkt aan je administratie of je inbox is een aanlokkelijk idee. Mijn advies is nuchter: begin klein, en geef een agent nooit in één keer al je sleutels. Laat hem eerst iets doen wat weinig kan misgaan, kijk mee, en zet de grenzen scherp voordat je hem loslaat op je online bestellingen of je bankzaken. De belofte is echt, en de risico’s net zo goed. Wie wint, weten we over een jaar. Wie de controle houdt, bepaal je nu al zelf.

